ECLI:NL:CRVB:2014:2054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand sinds november 2006. Na een anonieme tip startte het college een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij een huisbezoek en observaties plaatsvonden. Het college trok de bijstand per 2 december 2011 in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met een man zonder dit te melden, in strijd met de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellante ging in hoger beroep. Zij voerde aan dat de man niet bij haar woonde, slechts soms overnachtte en dat er geen sprake was van zorg voor elkaar. Ook stelde zij dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat zij niet verplicht was de ambtenaren binnen te laten.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was en dat de bevindingen, waaronder aanwezigheid van persoonlijke spullen, gebruik van voertuigen en wederzijdse zorg, voldoende bewijs vormden voor gezamenlijke huishouding. De formele omgangsregeling van de man met zijn ex-partner deed hier niet aan af. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd.