Uitspraak
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen vanaf 1998 bijstand, die later werd gewijzigd vanwege AOW-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van bezit van onroerende zaken in Marokko en een erfenis. De Svb baseerde dit op onderzoek van het Internationaal Bureau Fraude Informatie (IBF) en verklaringen van lokale autoriteiten in Marokko.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege een bevoegdheidskwestie. In hoger beroep betwisten appellanten dat zij eigenaar zijn van de woning in Marokko; deze zou van hun zoon zijn. De Raad beoordeelt dat het onderzoek van de Svb onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd is, met gebreken zoals het ontbreken van concrete bewijsvoering en onduidelijkheid over de bron van de verklaringen.
De Raad concludeert dat de Svb niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellanten eigenaar waren van de woning in Marokko, zodat zij hiervoor geen verwijt kan worden gemaakt. Wel is vastgesteld dat appellanten de inlichtingenplicht schonden omtrent een andere woning en een erfenis, maar deze vormen geen grondslag voor intrekking van bijstand. Het bestreden besluit is daarom vernietigd en de Svb wordt opgedragen een nieuw onderzoek te verrichten en een nieuwe beslissing te nemen.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en deugdelijkheid in bestuursbesluiten en bevestigt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand kunnen blijven zonder voldoende bewijs. De Svb moet binnen drie maanden het gebrek herstellen en het onderzoek uitbreiden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van eigendom woning en gebrekkige motivering.