ECLI:NL:CRVB:2014:2083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij indienen bezwaarschrift bij college Amsterdam
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om de bijstand over een periode van twaalf maanden terug te vorderen. Het bezwaar werd echter na afloop van de wettelijke termijn van zes weken ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en vernietigde het bestreden besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege zijn geestelijke gesteldheid en een vermeende toezegging van een medewerker van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) dat het bezwaarschrift nog in behandeling zou worden genomen als het diezelfde dag werd ingediend. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het handelen van de begeleider van appellant voor zijn risico komt en dat zij de termijnoverschrijding had kunnen voorkomen.
Daarnaast was er geen sprake van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging van het college die een gerechtvaardigde verwachting bij appellant kon wekken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde daarom. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de termijnoverschrijding bij het indienen van het bezwaarschrift niet verschoonbaar is en wijst het hoger beroep af.