ECLI:NL:CRVB:2010:BK9419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen terugvordering bijstand
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam omtrent de terugvordering van bijstand over de periode mei 2001 tot oktober 2002. Het College had een bedrag van €4.473,31 bruto teruggevorderd en een maandelijkse inhouding op de uitkering ingesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de mededeling van het terugvorderingsbedrag niet-ontvankelijk omdat het geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de mededeling van 29 augustus 2006 niet op rechtsgevolg was gericht en daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen konden wekken.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar tegen de mededeling over de terugvordering niet-ontvankelijk is en wijst het hoger beroep af.