ECLI:NL:CRVB:2014:2087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Correctie salarisniveau na langdurig buitengewoon verlof bij ministerie van Defensie
Appellant was sinds 1969 burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie en kreeg in 1979 buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging om als legal advisor bij NAPMA te werken. Dit verlof werd steeds verlengd tot september 2006, waarna de minister hem onterecht ontslag verleende. Dit ontslag werd ongedaan gemaakt en uiteindelijk is appellant in 2010 met pensioen gegaan zonder verdere functie bij het ministerie.
Het geschil betrof de hoogte van de nabetaling van salaris over de periode van 1 september 2006 tot 1 juli 2010. De minister kende aanvankelijk het salaris toe op het niveau van vertrek, later op schaal 14, trede 7, het gemiddelde van schaal 14 en 15. Appellant stelde aanspraak te maken op schaal 18, gebaseerd op een toezegging uit 1979 en het niveau van collega’s.
De rechtbank oordeelde dat de toezegging een inspanningsverplichting betrof en geen garantie op salarisniveau, en dat het niveau van legal advisor passend was. De Raad bevestigt dat de toezegging niet vervallen is maar geen financiële garantie inhoudt. Gezien de lange verlofperiode van 27 jaar is een vergelijking met collega’s speculatief. De Raad acht het redelijk dat het salarisniveau wordt gebaseerd op de functie bij NAPMA, maar corrigeert het niveau naar schaal 14, trede 10, gelet op de lengte van het verlof.
De Raad vernietigt het eerdere besluit en stelt het juiste salarisniveau vast. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Salarisniveau vastgesteld op schaal 14, trede 10 voor de periode 1 september 2006 tot 1 juli 2010