ECLI:NL:CRVB:2014:2143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering medewerking huisbezoek leidt tot afwijzing recht op bijstand
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf een woonadres op waar ook andere personen stonden ingeschreven. Tijdens een huisbezoek op 21 november 2011 weigerde zij toegang te verlenen tot de slaapkamer en de ruimte waar haar kleding lag, ondanks dat medewerkers hadden voorgesteld om niet de kamer te betreden maar voor de drempel te blijven staan. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en wees het de aanvraag af.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat zij de toegang had geweigerd op grond van een verbod van de hoofdbewoner en uit vrees voor uitzetting. De Raad overwoog dat voor het vaststellen van het recht op bijstand duidelijkheid over de woon- en leefsituatie noodzakelijk is en dat medewerking aan het huisbezoek redelijkerwijs verlangd kan worden.
De Raad stelde dat alleen een zeer dringende reden rechtvaardigt dat een huisbezoek wordt geweigerd en dat appellante geen dergelijke reden had aangevoerd. Ook het voorstel om buiten de slaapkamer te blijven staan werd geweigerd zonder alternatief voorstel. Hierdoor voldeed appellante niet aan haar medewerkingsplicht uit artikel 17 WWB Pro, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende medewerking aan het huisbezoek.