ECLI:NL:CRVB:2014:2145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autohandel
Appellanten ontvingen sinds 2000 bijstand, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij gedurende 22 maanden meerdere kentekens op hun naam hadden en transacties verrichtten zonder dit te melden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd de bijstand over die maanden ingetrokken en teruggevorderd.
Appellanten voerden aan dat de transacties niet bedrijfsmatig waren en dat het college de terugvordering onredelijk had vastgesteld. De Raad oordeelde dat het college terecht aannam dat sprake was van op geld waardeerbare transacties en dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden. Het college hoefde geen rekening te houden met de waarde van de auto's bij de intrekking.
Het beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en het college mocht de bijstand intrekken en terugvorderen. Ook het nadere besluit van het college werd bevestigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit wordt bevestigd.