ECLI:NL:CRVB:2014:2153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid woonplaats appellant
Appellant vroeg op 11 juli 2012 bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Tiel wees de aanvraag op 25 juli 2012 af omdat appellant niet kon of wilde aangeven waar hij zijn woonplaats had, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het college verklaarde deze bezwaren op 14 november 2012 ongegrond. De rechtbank Oost-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond, omdat appellant niet had voldaan aan zijn inlichtingenverplichting omtrent zijn woon- en verblijfplaats, wat essentieel is voor het vaststellen van het recht op bijstand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de gevraagde informatie niet kon verstrekken uit angst voor handhaving door de gemeente. De Raad oordeelde dat dit een bewuste keuze van appellant was met de bijbehorende risico's en dat het college terecht de aanvraag had afgewezen. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het niet kunnen of willen aangeven van zijn woonplaats.