ECLI:NL:CRVB:2014:2175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering nabestaandenuitkering na huwelijk in 1990
Appellante ontving vanaf 1976 een weduwenpensioen op grond van de AWW, dat in 1996 overging in een nabestaandenuitkering op grond van de ANW. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok deze uitkering met terugwerkende kracht per 1 mei 1990 in, nadat was vastgesteld dat appellante in april 1990 was hertrouwd in Turkije. Tevens werd een bedrag van ruim €154.000 teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat zij analfabeet is, dat haar administratie door derden werd verzorgd en dat het huwelijk niet was geconsumeerd. Zij stelde dat zij niet wist dat zij wijzigingen moest doorgeven en dat het huwelijk in 2005 bepalend was voor het einde van haar recht op uitkering. De rechtbank en de Svb verwierpen deze argumenten, stellende dat het huwelijk in 1990 het recht op uitkering beëindigde en dat geen dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er na het huwelijk geen gezamenlijke huishouding was en dat sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Raad oordeelde dat dit voor de toepassing van de ANW niet relevant is en bevestigde dat appellante haar mededelingsplicht heeft geschonden. Er waren geen dringende redenen of beleidsmatige uitzonderingen die intrekking of terugvordering konden voorkomen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de nabestaandenuitkering en de terugvordering wegens het niet melden van het huwelijk in 1990.