Uitspraak
25 mei 2012, 11/3821 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds een arbeidsongeval in 2002 klachten heeft, werd vanaf 2009 geweigerd voor een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na een toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2010 werd een uitkering toegekend, maar deze werd in 2011 beëindigd omdat de arbeidsongeschiktheid opnieuw onder de 35% werd vastgesteld. Appellant betwistte dit en stelde dat zijn beperkingen, met name door psychische klachten en medicijngebruik, onvoldoende waren erkend.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellant in staat was ten minste drie geselecteerde functies te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overwoog dat de medische en psychische informatie zorgvuldig was beoordeeld, dat de beperkingen niet waren onderschat en dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant lagen.
De Raad wees het beroep van appellant af en bevestigde de beëindiging van de WIA-uitkering per 30 oktober 2011. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering per 30 oktober 2011 is terecht bevestigd.