ECLI:NL:CRVB:2014:2217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek wegens leverklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en de klachten van appellant niet werden gebagatelliseerd.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn klachten, zoals duizeligheid en vermoeidheid, en dat relevante aspecten van zijn gezondheidstoestand niet waren meegewogen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank de gronden van beroep juist had beoordeeld en dat de stukken voldoende informatie bevatten om tot een verantwoord oordeel te komen.
De eigen opvatting van appellant over zijn klachten werd niet ondersteund door medische stukken, waardoor daaraan geen waarde werd toegekend. Ook de arbeidskundige beoordeling werd bevestigd. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.