ECLI:NL:CRVB:2014:2223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en ontving een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Na ziekmelding met hoofdpijnklachten ontving hij een uitkering op grond van de Ziektewet. Een verzekeringsarts concludeerde na onderzoek dat appellant per 11 september 2012 weer geschikt was voor arbeid, waarna het UWV het ziekengeld beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit eveneens ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en er geen nieuwe medische informatie was die het oordeel van de verzekeringsartsen zou ondermijnen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten, waaronder ernstige hoofdpijn, wazig zicht en nekproblemen, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Raad onderschreef daarom het oordeel van de rechtbank en bevestigde het besluit tot beëindiging van het ziekengeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.