ECLI:NL:CRVB:2014:2225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek door verzekeringsartsen
Appellante, werkzaam als verkoopster via een uitzendbureau, meldde zich ziek wegens lichamelijke en psychische klachten na een auto-ongeval. Zij ontving aanvankelijk een uitkering op grond van de Ziektewet en later een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg vanwege zwangerschap. Na afloop hiervan meldde zij zich opnieuw ziek, waarna een verzekeringsarts haar geschikt verklaarde voor haar maatgevende arbeid en het Uwv het recht op ziekengeld introk.
Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het Uwv, gesteund op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en overhandigde een intakeverslag van een GZ-psycholoog.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij zowel lichamelijk als psychisch onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts was verricht. De bevindingen van de neuroloog en het MRI-onderzoek ondersteunden het oordeel dat er geen relevante beperkingen waren. De door appellante overgelegde psychologische rapporten waren niet specifiek voor de datum in geding en boden geen aanleiding het standpunt van de artsen te herzien.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het ziekengeld wordt bevestigd.