Betrokkene kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering toegekend door het UWV, wat werd bevestigd in het bestreden besluit van 16 februari 2009. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuwe beslissing.
In hoger beroep concludeerde het UWV op basis van een deskundigenrapport dat betrokkene 80 tot 100% arbeidsongeschikt is met geringe kans op herstel. Op 7 maart 2014 werd een nieuwe beslissing genomen waarbij betrokkene alsnog een IVA-uitkering werd toegekend en kosten in bezwaar werden vergoed.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep en de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Tevens oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor het onderzoek werd heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding, waarbij tevens de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken.