ECLI:NL:CRVB:2014:2242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verplichtingen
Appellante kreeg in 2009 en 2010 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor persoonlijke verzorging op grond van de AWBZ. Het Zorgkantoor vorderde later een bedrag van €14.563,90 terug wegens onvoldoende verantwoording van het pgb. Vervolgens weigerde het Zorgkantoor een nieuw pgb toe te kennen op grond van artikel 2.6.4, vijfde lid, van de Regeling subsidies AWBZ, omdat appellante zich niet aan de verplichtingen had gehouden.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat haar dochter en schoonzoon wel bekwaam zijn om de verantwoording af te leggen en dat de schuld geen reden is om het pgb te weigeren. De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor terecht de weigeringsgrond toepaste vanwege het ontbreken van vertrouwen in correcte verantwoording en het risico dat het pgb zou worden gebruikt om schulden af te lossen.
Appellante verscheen niet op de zitting en kon daardoor geen nadere onderbouwing geven. De Raad concludeerde dat het Zorgkantoor in redelijkheid heeft gehandeld en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb wegens niet-naleving van verplichtingen en gebrek aan vertrouwen in correcte verantwoording.