ECLI:NL:CRVB:2014:2286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering en toepassing fiscale bijtelling privégebruik dienstauto
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van het UWV inzake de herziening en terugvordering van WAO-uitkeringen over de jaren 2007 en 2008. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het voordeel uit het privégebruik van een dienstauto bij de berekening van het maatmaninkomen moet worden betrokken.
De rechtbank Breda had eerder geoordeeld dat het UWV terecht de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de dienstauto had meegerekend in de inkomsten uit arbeid. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak echter voor het jaar 2006 en oordeelde dat het voordeel terecht buiten beschouwing was gelaten, mede omdat een bestelbus niet onder de fiscale bijtellingsregeling valt en er geen concrete gegevens waren over het privégebruik.
In het onderhavige hoger beroep bevestigt de Raad dat deze redenering ook geldt voor de jaren 2007 en 2008. Daarnaast wordt het beroep tegen de vastgestelde aflossingscapaciteit afgewezen, aangezien het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom het termijnbedrag pas per februari 2011 werd aangepast. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.