ECLI:NL:CRVB:2014:2309
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wubo wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1939 in Nederlands-Indië, diende in 2009 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel erkend werd dat appellant oorlogsgeweld had ondergaan door internering tijdens de Japanse bezetting, werd de aanvraag afgewezen omdat geen sprake was van blijvende invaliditeit. Een tweede aanvraag in 2011 wegens verergering van klachten werd eveneens afgewezen.
De Raad baseerde zich op medisch advies van meerdere artsen die concludeerden dat de psychische klachten van appellant slechts geringe tot matige beperkingen veroorzaakten, onvoldoende voor blijvende invaliditeit volgens de criteria van de American Medical Association. Hartklachten werden niet toegeschreven aan oorlogsgeweld en vielen buiten de beoordeling.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit goed gemotiveerd en voorbereid was en dat geen medische gegevens waren die de eerdere bevindingen tegenspraken. Ook een vergelijking met familieleden die wel een uitkering ontvingen was juridisch irrelevant. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wubo-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit.