ECLI:NL:CRVB:2015:3969
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering Wubo-uitkering wegens ontbreken blijvende psychische invaliditeit
Appellante, geboren in 1932, diende in 2007 een aanvraag in voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een Wubo-uitkering. Hoewel zij werd erkend als slachtoffer van seksueel oorlogsgeweld, werd de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit. Na een eerdere afwijzing en een ongegrond verklaard beroep, diende zij in 2014 opnieuw een aanvraag in.
Verweerder erkende dat de psychische klachten verband hielden met het oorlogsgeweld, maar handhaafde de afwijzing omdat geen sprake was van blijvende invaliditeit. De lichamelijke klachten werden niet toegeschreven aan het oorlogsgeweld.
De Raad toetste het medisch advies waarin werd vastgesteld dat de psychische klachten slechts geringe tot matige beperkingen veroorzaakten in één van de vier AMA-rubrieken. Hierdoor kon niet worden gesproken van blijvende invaliditeit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van blijvende psychische invaliditeit in de zin van de Wubo.