ECLI:NL:CRVB:2014:2321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich in 2005 ziek vanwege psychische klachten en kreeg in 2007 een WGA-uitkering wegens 80% of meer arbeidsongeschiktheid. In 2010 vroeg hij een IVA-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen het in stand laten van deze rechtsgevolgen.
De Raad overwoog dat uit medische rapporten blijkt dat appellant een depressieve stoornis deels in remissie heeft en dat er sprake is van verbetering ten opzichte van eerdere jaren. Hoewel appellant therapie volgt zonder baat, is dat onvoldoende onderbouwd en staat dit haaks op eerdere verklaringen. Tevens heeft appellant in een periode waarin hij als volledig arbeidsongeschikt werd ingedeeld, toch inkomsten uit arbeid gehad, wat wijst op benutbare mogelijkheden.
De Raad concludeert dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is en bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een IVA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.