ECLI:NL:CRVB:2014:2352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.W. Akkerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken duurzaam verblijfsrecht EU-onderdaan
Appellant, van Italiaanse nationaliteit, werd in 1997 tot ongewenst vreemdeling verklaard en in 2000 uit Nederland verwijderd. Na een arrest van het Hof van Justitie van de EU werd de ongewenstverklaring in 2008 met terugwerkende kracht opgeheven vanaf 24 augustus 2007. Appellant keerde in 2011 terug naar Nederland en vroeg bijstand aan op grond van de WWB, welke werd afgewezen omdat hij geen Nederlander is en niet met een Nederlander gelijkgesteld kan worden.
Appellant stelde dat hij door het arrest van het Hof rechtmatig verblijf had en aanspraak kon maken op bijstand, omdat hij twintig jaar in Nederland had gewoond. De rechtbank oordeelde echter dat het verblijf niet ononderbroken was vanwege de uitzetting en dat appellant het duurzaam verblijfsrecht had verloren door meer dan twee jaar afwezigheid.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het verblijf was niet ononderbroken omdat de uitzetting rechtsgeldig was uitgevoerd. Zelfs als appellant duurzaam verblijfsrecht had verkregen, was dit recht verloren door de langdurige afwezigheid. Daarom kon appellant geen beroep doen op gelijkstelling met een Nederlander voor bijstand. De subsidiaire grondslag viel buiten het geding en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant geen duurzaam verblijfsrecht heeft en niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander.