Uitspraak
OVERWEGINGEN
18 oktober 2011 waren gevoegd. Ter zitting van de rechtbank heeft appellante bovendien verklaard dat zij niet meer weet of zij op de gebruikte blanco enveloppe iets heeft geschreven ter adressering ervan.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht verzocht hen om bankafschriften over een bepaalde periode in te leveren. Appellanten reageerden niet tijdig, waarna het college de bijstand opschortte en later introk op grond van artikel 54, vierde lid, WWB.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar handhaafde de intrekking voor een deel van de periode. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze beslissing. De Raad beoordeelde of het college bevoegd was tot intrekking en of appellanten verwijt kan worden gemaakt dat zij niet aan het verzoek voldeden.
De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij de stukken tijdig hebben ingeleverd en dat het college hen voldoende heeft gewaarschuwd voor de consequenties van niet-naleving. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde, evenals het verzoek tot schadevergoeding. De intrekking van de bijstand werd bevestigd en het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.