ECLI:NL:CRVB:2014:2360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellanten ontvingen vanaf september 2005 bijstand volgens de WWB. In 2009 werd bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens onvoldoende informatie over transacties met auto’s op naam van betrokkene. Na een anonieme melding startte het college een onderzoek dat leidde tot een besluit in 2012 om bijstand over meerdere perioden opnieuw in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de transacties slechts vriendendiensten betroffen. De Raad oordeelde dat betrokkene 18 kentekens had gehad die vaak kortstondig op zijn naam stonden en dat hij werkzaamheden verrichtte die op geld waardeerbaar waren, zoals het nalopen, vervoer en testen van auto’s.
De Raad stelde vast dat appellanten de wettelijke inlichtingenverplichting schonden door deze transacties niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De aangevallen uitspraak bevatte geen innerlijke tegenstrijdigheden en het hoger beroep werd verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.