ECLI:NL:CRVB:2014:2362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bijstand met terugwerkende kracht toegekend wegens misleiding door consulent
Appellante heeft zich op 16 mei 2011 gemeld bij het UWV-Werkbedrijf om bijstand aan te vragen, maar heeft door misleidende informatie van een consulent afgezien van het indienen van een volledige aanvraag. Pas op 24 oktober 2011 diende zij een aanvraag in die op 9 november 2011 werd ontvangen. Het college kende bijstand toe met ingang van 24 oktober 2011, maar appellante maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond maar oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die toekenning van bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigden. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij door de consulent was misleid en door psychische problemen niet eerder adequaat kon reageren.
De Raad oordeelde dat de informatie van de consulent onjuist was en dat appellante op grond daarvan gerechtvaardigd was om later pas een aanvraag in te dienen. De financiële positie van appellante stond toekenning van bijstand vanaf 16 mei 2011 niet in de weg. Daarom werd het besluit herroepen en de ingangsdatum van de bijstand vastgesteld op 16 mei 2011. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Bijstand wordt met ingang van 16 mei 2011 toegekend vanwege misleidende informatie van de consulent.