ECLI:NL:CRVB:2014:2397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als chauffeur groepsvervoer en meldde zich ziek vanwege een acute neurovasculaire aandoening. Het UWV besloot dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd door de rechtbank Maastricht bevestigd, waarbij de medische beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd onderschreven.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen door twee doorgemaakte TIA’s en de stoornis van Asperger niet juist waren meegewogen. De Raad stelde vast dat aanvullend psychiatrisch onderzoek geen neurodegeneratieve aandoening aantoonde en dat de cognitieve klachten werden toegeschreven aan emotionele belasting en stress. Tevens wees appellant begeleiding af.
De Raad vond dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat waren vastgesteld en dat de functies waarop de verdiencapaciteit was gebaseerd passend waren. Er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te herzien. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.