ECLI:NL:CRVB:2014:2401
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad. Betrokkene verzocht na intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan om proceskostenveroordeling. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestuursorgaan op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht veroordeeld kan worden in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken.
De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan het hoger beroep had ingetrokken en dat betrokkene kosten had gemaakt voor rechtsbijstand in het hoger beroep. Deze kosten werden begroot op € 487,- en toegewezen. De kosten voor de procedure in beroep werden afgewezen omdat betrokkene zelf geen hoger beroep had ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank waarin het bestuursorgaan al in de proceskosten was veroordeeld.
De beslissing werd genomen zonder zitting, met toestemming van partijen, en de uitspraak werd op 16 juli 2014 openbaar gedaan. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het bestuursorgaan tot betaling van de proceskosten van € 487,- aan betrokkene.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 487,- aan proceskosten van betrokkene na intrekking van het hoger beroep.