ECLI:NL:CRVB:2014:2415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig overleggen gevraagde gegevens en overschrijding vermogensgrens
Appellanten ontvingen sinds 1986 bijstand op grond van de WWB. Het college stelde een onderzoek in naar het bezit van een woning in Marokko, waarvan de waarde werd vastgesteld op €14.040,-. Daarnaast werd vastgesteld dat zij een inwonend meerderjarig kind hadden met arbeidsinkomsten. Ondanks herhaalde verzoeken van het college hebben appellanten niet tijdig de gevraagde salarisstroken, studiefinancieringsbescheiden en gegevens over de woning en de financiering daarvan overgelegd.
Het college schortte daarop het recht op bijstand op en trok deze later met ingang van 12 januari 2012 in. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de woning in Marokko niet uitsluitend hun eigendom was, maar ook van andere familieleden, en dat de waarde lager was dan door het college gesteld. De Raad overwoog dat appellanten verwijtbaar hebben nagelaten de noodzakelijke gegevens tijdig te verstrekken, dat het college een redelijke termijn had gesteld en dat de intrekking op grond van artikel 54 WWB Pro terecht was. De stelling dat de woning mede eigendom was van familieleden leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.