ECLI:NL:CRVB:2014:2423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ongeschiktheid tot arbeid wegens ziekte na zorgvuldig herplaatsingsonderzoek
Appellante was sinds 1994 werkzaam bij de politie en sinds december 2007 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt. De korpschef verleende haar eervol ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onder e, van het Barp wegens ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij het geschil zich beperkte tot de vraag of voldaan was aan het vereiste dat na een zorgvuldig onderzoek geen passende arbeid beschikbaar was binnen het gezagsbereik.
Appellante stelde in hoger beroep dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren omdat de korpschef niet beschikte over een actuele functionele mogelijkhedenlijst (FML) en dat het herplaatsingsonderzoek daardoor niet zorgvuldig was. De Raad oordeelde dat de laatst formeel vastgestelde FML uit juli 2010 door de bedrijfsarts meerdere malen was bevestigd en dat er geen medische gegevens waren die dat tegenspraken. Ook kon appellante geen concrete passende functies aanwijzen die ten onrechte waren achtergehouden.
De Raad verwierp voorts het verweer dat de korpschef artikel 94, zevende tot en met elfde lid, van het Barp had geschonden, en oordeelde dat dit punt terecht in het geding was gebracht en inhoudelijk niet gegrond was. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de korpschef bevoegd was het eervol ontslag te verlenen en dat het herplaatsingsonderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 juli 2014.
Uitkomst: Het eervol ontslag van appellante wegens ongeschiktheid tot arbeid wegens ziekte wordt bevestigd na een zorgvuldig herplaatsingsonderzoek.