ECLI:NL:CRVB:2014:2425
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering ten onrechte verleende bijstand na nabetaling WIA-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tot terugvordering van ten onrechte verleende bijstand over de periode van 26 september 2008 tot en met 31 maart 2012. Het college had vastgesteld dat appellante in die periode een nabetaling had ontvangen in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), welke als inkomen wordt aangemerkt en daarom op de bijstand in mindering moet worden gebracht.
Appellante stelde in hoger beroep dat de toekenning van de WIA-uitkering het resultaat was van een door haar gevoerde procedure en dat het college daarom de terugvordering had moeten matigen of geheel moeten laten vallen. Tevens voerde zij aan dat het voor haar niet duidelijk was dat zij teveel uitkering had ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was tot terugvordering en dat de door appellante aangevoerde omstandigheden niet konden worden aangemerkt als dringende redenen die tot matiging of kwijtschelding van de terugvordering zouden leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van ten onrechte verleende bijstand bevestigd.