ECLI:NL:CRVB:2014:2439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellante, geboren in 1957, vroeg in 2011 een Wajong-uitkering aan vanwege cognitieve beperkingen als gevolg van prenatale bestraling. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij op haar 17e en 18e verjaardag volgens medische en arbeidsdeskundige rapporten in staat was diverse functies te vervullen met minimaal het minimumloon. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar stelde de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat er meer beperkingen moesten worden aangenomen en verzocht om een deskundigenonderzoek naar de cognitieve gevolgen van de bestraling. Tevens stelde zij dat een werkgever haar niet in dienst zou nemen zoals bedoeld in het Schattingsbesluit.
De Raad oordeelde dat de medische situatie rond haar 17e en 18e verjaardag niet verantwoord kon worden vastgesteld vanwege het tijdsverloop, maar dat de functionele beperkingen in de FML juist waren vastgesteld op basis van beschikbare gegevens. Er was geen aanleiding voor een aanvullend onderzoek. De cognitieve beperkingen waren niet zodanig dat een werkgever redelijkerwijs niet kon worden verwacht haar in dienst te nemen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid op het moment van de 17e en 18e verjaardag.