Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bijzondere bijstand gevraagd voor de kosten van een taxatie van haar woning, die plaatsvond op 24 oktober 2011. De kosten van €565,25 zijn haar vóór 1 december 2011 in rekening gebracht. Het geschil betreft de vraag of zij eerder dan 9 januari 2012 in de gelegenheid was om deze bijzondere bijstand aan te vragen.
De rechtbank ’s-Gravenhage heeft geoordeeld dat appellante wel degelijk eerder in de gelegenheid was om de aanvraag in te dienen en heeft haar beroep verworpen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de door appellante aangevoerde familieomstandigheden niet aantonen dat zij geheel niet in staat was om tijdig een aanvraag te doen.
De Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan appellante toe te kennen. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijzondere bijstand wegens te late aanvraag.