ECLI:NL:CRVB:2014:2450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-uitkering wegens ontbreken bewijs van verzekering
Appellant, woonachtig in Marokko, verzocht in juli 2011 om een AOW-uitkering. Hij stelde dat hij tussen juni 1966 en september 1967 in Nederland had gewerkt bij een bedrijf in een Nederlandse plaats. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat niet was gebleken dat appellant verzekerd was geweest voor de AOW.
De gemeente ’s-Hertogenbosch verklaarde dat appellant niet in het bevolkingsregister stond ingeschreven onder de opgegeven namen. Ook het Pensioenfonds voor de Grafische bedrijven en het Pensioenfonds Metaal en Techniek konden geen gegevens over appellant vinden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende bewijs leverde van zijn verblijf en werk in Nederland.
In hoger beroep stelde appellant wederom dat hij in Nederland had gewoond en gewerkt, maar de Raad onderschreef de eerdere bevindingen. Gezien de geringe gegevens en het ontbreken van inschrijving in het bevolkingsregister en pensioenopbouw, kon niet worden vastgesteld dat appellant verzekerd was voor de AOW. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de AOW-uitkering bevestigd.