ECLI:NL:CRVB:2014:2450

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juli 2014
Publicatiedatum
18 juli 2014
Zaaknummer
13-1839 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering AOW-uitkering wegens ontbreken bewijs van verzekering

Appellant, woonachtig in Marokko, verzocht in juli 2011 om een AOW-uitkering. Hij stelde dat hij tussen juni 1966 en september 1967 in Nederland had gewerkt bij een bedrijf in een Nederlandse plaats. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat niet was gebleken dat appellant verzekerd was geweest voor de AOW.

De gemeente ’s-Hertogenbosch verklaarde dat appellant niet in het bevolkingsregister stond ingeschreven onder de opgegeven namen. Ook het Pensioenfonds voor de Grafische bedrijven en het Pensioenfonds Metaal en Techniek konden geen gegevens over appellant vinden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende bewijs leverde van zijn verblijf en werk in Nederland.

In hoger beroep stelde appellant wederom dat hij in Nederland had gewoond en gewerkt, maar de Raad onderschreef de eerdere bevindingen. Gezien de geringe gegevens en het ontbreken van inschrijving in het bevolkingsregister en pensioenopbouw, kon niet worden vastgesteld dat appellant verzekerd was voor de AOW. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de AOW-uitkering bevestigd.

Uitspraak

13/1839 AOW
Datum uitspraak: 9 juli 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
7 februari 2013, 12/2440 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2014. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P. van den Berg.
Het onderzoek ter zitting is geschorst. De Svb heeft vervolgens nadere stukken ingebracht. Het onderzoek ter zitting is hervat op 28 mei 2014, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, die in Marokko woont, heeft de Svb in juli 2011 verzocht om hem een ouderdomspensioen toe te kennen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Daarbij heeft appellant te kennen gegeven dat hij op 3 maart 1943 is geboren en onder de naam [naam] van juni 1966 tot 3 september 1967 in Nederland bij het bedrijf “[naam bedrijf]”
te [plaatsnaam] heeft gewerkt.
1.2. Desgevraagd heeft de gemeente ’s-Hertogenbosch aan de Svb te kennen gegeven dat appellant onder zijn huidige naam niet stond ingeschreven in het bevolkingsregister. Vervolgens is op de aanvraag van appellant bij besluit van 27 oktober 2011 afwijzend beslist op de grond dat niet is gebleken dat appellant voor de AOW verzekerd is geweest. Tegen dit besluit heeft appellant bezwaar gemaakt.
1.3. Het Pensioenfonds voor de Grafische bedrijven heeft in de bezwaarprocedure desgevraagd aan de Svb meegedeeld dat appellant onder de naam [naam] niet voorkomt in zijn bestanden. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft de Svb meegedeeld dat appellant ook onder de naam [naam] niet stond ingeschreven in het bevolkingsregister. De door appellant genoemde werkgever heeft de Svb niet kunnen vinden. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 27 oktober 2011 is bij besluit van
13 april 2012 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat niet is gebleken dat appellant ingezetene van Nederland is geweest of in Nederland heeft gewerkt.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest. Appellant heeft niet onderbouwd dat hij in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De Svb heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat onderzoek heeft uitgewezen dat niet is gebleken dat appellant in Nederland heeft gewoond en gewerkt.
3.1.
In hoger beroep heeft appellant evenals in beroep gesteld dat hij wel degelijk in Nederland heeft gewerkt en gewoond.
3.2.
De Raad onderschrijft wat de rechtbank daarover in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. Aan de hand van de weinige gegevens die appellant heeft verstrekt kan niet worden vastgesteld dat appellant in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Daaraan wordt toegevoegd dat de Svb in hoger beroep, nadat het onderzoek ter zitting was geschorst, het Pensioenfonds Metaal en Techniek heeft aangeschreven met de vraag of appellant daar pensioen heeft opgebouwd, waarop een ontkennend antwoord is gekomen.
4.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2014.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) D. Heeremans

RK