ECLI:NL:CRVB:2014:2457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant ontving bijstand sinds april 2010 en vroeg in juni 2010 bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 voor een webwinkel in computertoebehoren. Het college wees de aanvraag af wegens een niet-levensvatbaar bedrijf. Appellant verrichtte vanaf september 2010 werkzaamheden als zelfstandige zonder dit aan het college te melden. Na onderzoek bleek hij een unit te huren op de Beverwijkse Bazaar en een webwinkel te exploiteren, maar hij hield geen deugdelijke administratie bij.
Het college trok de bijstand met ingang van september 2010 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellant door het terugvorderingsbedrag te verlagen, maar verklaarde het intrekkingsbesluit terecht. In hoger beroep betwist appellant dat hij vóór januari 2011 werkzaamheden verrichtte en inkomsten genoot, en stelt dat hij recht heeft op bijstand over die periode.
De Raad stelt dat inschrijving bij de Kamer van Koophandel en banktransacties wijzen op zelfstandige activiteiten vanaf september 2010. Appellant heeft geen aannemelijk bewijs geleverd van het tegendeel en heeft de inlichtingenverplichting geschonden. Door het ontbreken van een deugdelijke administratie kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, waardoor intrekking en terugvordering terecht zijn. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd; het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.