ECLI:NL:CRVB:2014:2474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand sinds 2006 en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Rotterdam een onderzoek, waarbij bleek dat het energie- en waterverbruik op het adres extreem laag was en het huisbezoek aanwijzingen gaf dat appellant niet daadwerkelijk op het adres woonde.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 september 2011 in en vorderde de kosten over de periode van maart 2007 tot augustus 2011 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel op het adres woonde en verwees naar verklaringen en zijn levensstijl. De Raad oordeelde dat het lage verbruik, de bevindingen bij het huisbezoek en het ontbreken van overtuigende tegenbewijs voldoende grond vormen om te concluderen dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.