ECLI:NL:CRVB:2014:2477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Weigering inkomensvoorziening WIJ aan dakloze wegens niet verifieerbare verblijfplaats
Betrokkene, dakloos, vroeg een inkomensvoorziening aan op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) en gaf verschillende verblijfplaatsen op. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde de voorziening omdat betrokkene niet op de opgegeven locaties werd aangetroffen en zijn verblijf niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde de besluiten, stellende dat onvoldoende onderzoek was gedaan en de opgegeven locaties verifieerbaar waren. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van de gemeente zorgvuldig was en dat betrokkene onvoldoende concrete, controleerbare informatie over zijn verblijfplaatsen had verstrekt. Hierdoor kon het recht op de inkomensvoorziening niet worden vastgesteld en was weigering terecht.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond en het beroep tegen het tweede besluit gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand bleven. Proceskosten werden deels toegewezen aan betrokkene.
Deze uitspraak benadrukt het belang van controleerbare verblijfgegevens bij het toekennen van sociale voorzieningen aan daklozen.
Uitkomst: De weigering van de inkomensvoorziening aan de dakloze is terecht vanwege het ontbreken van controleerbare verblijfslocaties.