ECLI:NL:CRVB:2014:248
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening weigering Wubo-uitkering wegens gebrek aan nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1932 in Nederlands-Indië, verzocht om een toeslag en uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), gebaseerd op haar verblijf in het Kloosterkamp te Bogor tijdens de oorlog. Verweerder wees de aanvraag in 2005 af omdat niet was aangetoond dat zij was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2 Wubo Pro.
Na diverse verzoeken tot herziening en beroep, waarbij onder meer verklaringen van getuigen en medische professionals werden overgelegd, bleef het standpunt van verweerder dat niet was vastgesteld dat appellante in de relevante periode in het kamp verbleef. De Raad oordeelde dat medische verklaringen niet relevant waren voor het vaststellen van de calamiteit en dat verklaringen van horen zeggen onvoldoende bewijs vormden.
In het bestreden besluit werd een verklaring van het stadsbestuur van Bogor die op aanwijzing van appellante was opgesteld niet als nieuw feit erkend. De Raad achtte het standpunt van verweerder houdbaar en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wubo-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten.