ECLI:NL:CRVB:2014:2483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet afsluiten zorgverzekering ondanks AWBZ-verzekering
Appellant, een persoon met de Duitse nationaliteit die in Nederland woont en inkomen ontvangt uit zowel Duitsland als Nederland, werd door het Zorginstituut gemaand om binnen drie maanden een zorgverzekering af te sluiten. Ondanks deze aanmaning en de kennisgeving dat hij van rechtswege verzekerd was voor de AWBZ, sloot appellant geen zorgverzekering af.
Het Zorginstituut legde daarom een bestuurlijke boete op, welke door de rechtbank Roermond werd bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen prijs stelde op het Nederlandse inkomen en dat hij niet goed was geïnformeerd over de gevolgen daarvan, en dat hij de uitkering met terugwerkende kracht had laten beëindigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant op het moment van boeteoplegging verplicht verzekerd was voor de AWBZ en dus ook verplicht was een zorgverzekering af te sluiten. Het feit dat appellant niet tijdig een verzekering afsloot, ondanks duidelijke aanmaningen, maakt dat hem de boete terecht is opgelegd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De boete wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering wordt bevestigd.