ECLI:NL:CRVB:2014:2496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als incident engineer en meldde zich ziek in 2004 na een auto-ongeval met pijn- en psychische klachten. Het UWV kende haar in 2006 een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2011 trok het UWV deze uitkering in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar chronisch pijnsyndroom en mogelijke cognitieve stoornissen onvoldoende waren betrokken in de beoordeling. Zij verwees naar wetenschappelijke artikelen ter onderbouwing. De Raad concludeerde echter dat de rechtbank de gronden juist had beoordeeld en dat de medische informatie voldoende was om tot een verantwoord oordeel te komen.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af vanwege het ontbreken van specifieke aanwijzingen. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens onderschreven. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.