ECLI:NL:CRVB:2014:2503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Wentholt
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Rectificatie uitspraak Centrale Raad van Beroep over proceskostenvergoeding in hoger beroep
De Centrale Raad van Beroep heeft op 18 juli 2014 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 2 april 2014 (zaaknummer 11/1141 WAZ). Deze rectificatie betreft een kennelijke fout in de berekening van de proceskostenvergoeding in hoger beroep.
In de oorspronkelijke uitspraak werden twee punten toegekend voor het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting bij de rechtbank. Nu zowel appellante als haar raadsman niet bij de rechtbank zijn verschenen, is dit onjuist en dient slechts één punt te worden toegekend. Hierdoor wordt het bedrag van de proceskosten in beroep verlaagd van € 974,- naar € 487,-.
De Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over deze rectificatie, waarop geen bezwaar is gemaakt. De rectificatie leidt tot een aangepaste kostenveroordeling waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wordt veroordeeld tot een totaalbedrag van € 1.948,- aan proceskosten, verdeeld over beroep en hoger beroep.
De gerectificeerde uitspraak vervangt de oorspronkelijke en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl met hetzelfde ECLI-nummer. De beslissing is genomen door voorzitter K. Wentholt en leden R.E. Bakker en J. Riphagen, in aanwezigheid van griffier D.E.P.M. Bary.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding in beroep wordt verlaagd naar € 487,- en het Uwv wordt veroordeeld tot een totaalbedrag van € 1.948,- aan proceskosten.