ECLI:NL:CRVB:2014:2508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geschiktheid tot arbeid ondanks rug- en psychische klachten in Ziektewetzaak
Appellant, werkzaam als grondwerker, meldde zich ziek met rugklachten en later psychische klachten. Het UWV besloot dat appellant vanaf 25 januari 2010 weer geschikt was voor zijn eigen werk en beëindigde de Ziektewetuitkering. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege zijn rugklachten en psychische problemen niet in staat was zijn werk te verrichten. Hij overlegde een brief van een fysiotherapeut en verwees naar zijn psychische klachten die later ontstonden.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, dat de medische rapporten van de verzekeringsartsen een voldoende grondslag vormen om appellant geschikt te achten. De psychische klachten waren pas na de datum van het besluit ontstaan en de aanvullende medische stukken overtuigden niet van ongeschiktheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geschikt is voor arbeid wordt bevestigd.