ECLI:NL:CRVB:2014:2511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Taxi Plus wegens mogelijkheid gebruik openbaar vervoer
Appellante, geboren in 1949, lijdt aan een functiestoornis van het hart, een chronische longaandoening en een chronisch pijnsyndroom. Zij deed op 17 juli 2010 een aanvraag voor een voorziening voor collectief vervoer, de zogenaamde 'Taxi Plus', op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Bellingwedde wees deze aanvraag op 27 augustus 2010 af, omdat appellante geacht werd het openbaar vervoer te kunnen gebruiken.
Appellante maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde dat een rapport van de GGD Groningen niet was betrokken bij de beoordeling. Het college handhaafde het besluit op 24 januari 2012. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het college zich terecht had gebaseerd op een zorgvuldig opgesteld sociaal medisch adviesrapport van Trompetter & Van Eeden, waarin ook informatie van de GGD Groningen was betrokken. Appellante leverde geen aanvullende medische gegevens aan die het oordeel konden wijzigen. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante in staat is het openbaar vervoer te gebruiken en wijst het hoger beroep af.