Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen besluit 3 ongegrond;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was werkzaam als klantmanager bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) en werd ontslagen wegens vermeende integriteitsschendingen, waaronder het bemiddelen van klanten bij vrienden en het laten verrichten van werkzaamheden. De rechtbank had het ontslag vernietigd wegens onevenredigheid en bepaalde dat de gedragingen deels geen plichtsverzuim vormden.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat betrokkene plichtsverzuim heeft gepleegd bij drie gedragingen, waaronder het niet strikt scheiden van werk en privé en belangenverstrengeling. Twee andere gedragingen worden niet als plichtsverzuim aangemerkt, mede omdat betrokkene niet bewust handelde met onrechtmatige bevoordeling.
De Raad oordeelt dat betrokkene met goede intenties handelde om klanten aan werk te helpen, maar daarbij de grenzen overschreed. Gezien eerdere positieve beoordelingen en de signalen van leidinggevenden dat fouten gemaakt mogen worden, is ontslag als straf onevenredig. Daarom wordt de straf van ontslag vernietigd en vervangen door een schriftelijke berisping.
Appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van proportionaliteit bij disciplinaire maatregelen binnen het ambtenarenrecht en benadrukt het belang van goede motivering en beoordeling van de ernst van plichtsverzuim.
Uitkomst: Het ontslag wordt vernietigd en vervangen door een schriftelijke berisping wegens onevenredigheid.