ECLI:NL:CRVB:2014:2546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en inrichtingskosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de verhuizing niet urgent was en appellante voldoende tijd had gehad om te reserveren.
In hoger beroep stelde appellante dat de situatie die aanleiding gaf tot de urgentieverklaring nog steeds bestond en dat zij niet had kunnen reserveren omdat zij van het inkomen van haar partner leefde, met wie de relatie verbroken was.
De Raad oordeelde dat de verhuizing niet noodzakelijk was en dat de bijzondere omstandigheden ontbraken. De urgentieverklaring uit 2008 was niet meer actueel en appellante had al sinds 2008 de intentie om te verhuizen, waardoor reservering mogelijk was. De afwijzing van bijzondere bijstand werd bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van noodzakelijkheid en bijzondere omstandigheden.