ECLI:NL:CRVB:2014:2554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht over woonsituatie en financiën
Appellante ontving bijstand sinds 2002 en stond vanaf maart 2010 ingeschreven op een adres te Lelystad. Toen een andere persoon zich met kinderen op hetzelfde adres inschreef, startte het college een onderzoek naar de woonsituatie van appellante. Dit onderzoek bestond uit een huisbezoek, gesprekken en analyse van bankafschriften. Het college trok de bijstand in per 1 oktober 2010 wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk haar hoofdverblijf had op het uitkeringsadres en dat de andere persoon tijdelijk verbleef. De Raad oordeelde echter dat de onderzoeksgegevens, waaronder het huisbezoek waar appellante niet aanwezig was en de bankafschriften, voldoende bewijs leverden dat appellante niet daadwerkelijk op het adres woonde en onvoldoende duidelijkheid gaf over haar financiële situatie.
De Raad verwierp de stellingen van appellante, waaronder de verklaring over eigendom van meubels en wisselende verklaringen over haar woon- en leefsituatie. Ook latere verklaringen van derden werden niet relevant geacht. De intrekking van de bijstand per 1 oktober 2010 werd bevestigd, evenals de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 oktober 2010 wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.