ECLI:NL:CRVB:2014:260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens vermogen boven vrij te laten grens
Appellanten hebben op 17 mei 2011 een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op 16 juni 2011 buiten behandeling werd gesteld. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog afgewezen omdat appellanten beschikten over een vermogen boven de toepasselijke grens van het vrij te laten vermogen.
In hoger beroep stond centraal of appellanten gedurende de periode van 17 mei 2011 tot 27 september 2011 schulden hadden ter hoogte van €10.000,- aan twee personen, A en R, die het vermogen zouden verminderen. Appellanten stelden zich op het standpunt dat deze schulden bestonden en verwezen naar een notariële akte van 27 september 2011.
De Raad oordeelde dat schulden alleen in aanmerking kunnen worden genomen als aannemelijk is dat zij bestaan en een daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling geldt. De notariële akte toonde echter slechts een verklaring van terugbetaling over een eerdere periode (januari tot juni 2010) en gaf geen bewijs van een schuld gedurende de relevante periode. Ook andere gegevens boden geen aanwijzing voor een dergelijke schuld.
Het college had bij de latere toekenning van bijstand per 27 september 2011 wel rekening gehouden met de schuld, maar dit was een fout ten gunste van appellanten die niet herhaald hoefde te worden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens vermogen boven de vrij te laten grens.