Uitspraak
OVERWEGINGEN
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 487,-;
Centrale Raad van Beroep
Bij besluit van 19 april 2012 heeft het college de bijstand van betrokkene met ingang van 1 mei 2012 met 50% verlaagd wegens het verlies van vrijwilligerswerk door eigen toedoen. Betrokkene maakte bezwaar via twee gemachtigden, mr. De Haan en mr. Iwema. Het college stelde een hersteltermijn tot 28 juni 2012 voor het overleggen van een machtiging voor mr. De Haan, die pas op 5 juli 2012 werd overgelegd. Hierdoor verklaarde het college het bezwaar van mr. De Haan niet-ontvankelijk.
De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moest nemen, omdat appellant doorgaans machtigingen die buiten de hersteltermijn worden ontvangen toch betrekt, maar dat in dit geval niet was gebeurd. In hoger beroep stelde appellant dat de niet-ontvankelijkheid terecht was omdat de machtiging te laat was ingediend.
De Raad oordeelde dat appellant in redelijkheid geen gebruik kon maken van artikel 6:6 Awb Pro om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de gebruikelijke praktijk was om ook buiten de hersteltermijn overgelegde machtigingen te betrekken en appellant niet kon verklaren waarom dat in deze zaak niet was gebeurd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens het niet tijdig overleggen van de machtiging en veroordeelt appellant in de proceskosten.