ECLI:NL:CRVB:2014:2633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep bij hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam inzake een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of zij bevoegd is kennis te nemen van dit hoger beroep.
Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is hoger beroep tegen uitspraken van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, Awb uitgesloten. De Raad heeft geen feiten of omstandigheden vastgesteld die een doorbreking van dit appelverbod rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich zonder verder onderzoek onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Y.J. Klik in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw op 5 augustus 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens het wettelijke appelverbod.