ECLI:NL:CRVB:2014:2635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake verzoek tot betaling en feitelijke handelingen
Appellant diende een brief in die werd opgevat als een verzoek tot betaling en het verrichten van andere feitelijke handelingen, en geen bezwaar tegen een expliciet besluit. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om te beslissen op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op dat verzoek.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en stelt dat artikel 6:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is omdat het verzoek niet kan leiden tot een besluit. Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek is daarom niet ontvankelijk bij de rechtbank.
Daarnaast werd het beroepschrift tegen het besluit van 15 februari 2013, dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, terecht doorgestuurd naar het college als een bezwaarschrift. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 7 november 2013 en wijst het verzoek om vergoeding van schade af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.