ECLI:NL:CRVB:2014:2674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn bij intrekking WAO-uitkering
Appellante was sinds 1997 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. In 1999 werd haar uitkering verlaagd en in maart 2000 werd het bezwaar tegen die verlaging ongegrond verklaard en de uitkering ingetrokken vanwege een afgenomen arbeidsongeschiktheid. Appellante stelde dat zij het besluit van maart 2000 nooit had ontvangen en diende in 2012 alsnog een beroepschrift in.
De rechtbank had het beroep ontvankelijk verklaard omdat het UWV de verzending van het besluit niet aannemelijk had gemaakt, maar het beroep inhoudelijk ongegrond verklaard. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders: zij stelt dat het UWV wel aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit naar het juiste adres is verzonden en dat appellante onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij het besluit niet redelijkerwijs ontvangen kon hebben.
Gezien de lange tijd tussen verzending en ontvangst van het beroepschrift, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het principaal hoger beroep behoeft geen behandeling. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vergaande overschrijding van de beroepstermijn.