ECLI:NL:CRVB:2014:2676
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen weigering WW-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om een WW-uitkering blijvend te weigeren. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ontvangen, terwijl appellant niet kon aantonen dat het tijdig ter post was bezorgd. Het beroepschrift was gedateerd op 30 mei 2012, maar werd pas op 7 juni 2012 ontvangen, na afloop van de beroepstermijn die op 2 juni 2012 eindigde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij het beroepschrift tijdig had verzonden en dat het UWV hem gerechtvaardigd vertrouwen had gegeven dat hij telefonisch op de hoogte zou worden gesteld van de beslissing, zodat hij zijn verblijfadres kon doorgeven. Dit werd niet nagekomen, waardoor hij het besluit pas laat kon vernemen. Het UWV betwistte dit en stelde dat appellant geen bewijs had geleverd van tijdige verzending en dat hij nog het oude adres had vermeld.
De Raad overwoog dat zonder een datumstempel op de envelop het bewijs van tijdige terpostbezorging ontbreekt en dat de Hoge Raad en Raad van State hebben bepaald dat een poststuk geacht wordt tijdig te zijn verzonden als het binnen één of twee werkdagen na afloop van de termijn is ontvangen. Dit was hier niet het geval. Appellant slaagde er niet in dit te bewijzen en er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.