ECLI:NL:CRVB:2014:2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen met ingang van 5 december 2011. Het bezwaar is ongegrond verklaard op basis van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die aanvullende beperkingen heeft vastgesteld, maar waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. De rechtbank heeft vastgesteld dat appellant een depressieve episode heeft doorgemaakt, een cannabisverslaving heeft en chronische rugpijn ervaart. De beperkingen zijn adequaat vastgesteld en de arbeidskundige beoordeling ondersteunt dat appellant geschikt is voor de voorgehouden functies.
In hoger beroep heeft appellant zijn eerdere gronden herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank volledig. De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig en op juiste gronden is uitgevoerd en dat de arbeidskundige beoordeling voldoende is gemotiveerd. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; geen recht op WIA-uitkering bevestigd.